Bij bewegwijzering worden faciliteiten het best aangeduid met een pictogram en geschreven tekst.
De pictogrammen zijn gestileerd en zeer eenvoudig. Kunstig design of romantiek wordt vermeden.
Bewegwijzering wordt het best tussen 210 cm en 220 cm geplaatst. Bewegwijzering wordt op een duidelijke plaats op muren aangebracht. Zo kunnen slechtzienden dichter bij de borden staan om die te kunnen lezen. Er staan geen obstakels voor de bewegwijzering.
De belangrijkste teksten hangen tussen 140 cm en 160 cm. Bijkomende informatie kan erboven of eronder aangebracht worden. Dit maakt het voor slechtzienden mogelijk om tot zeer dichtbij de tekst te komen om die te lezen.
Hier is het ook mogelijk om bijkomend brailleschrift te gebruiken.
De verhouding tussen de afstand en de letters bedraagt minstens 1:50 d.w.z. dat om leesbaar te zijn vanop een afstand van 100 cm de letters 2 cm groot zijn en vanuit 200 cm 4 cm groot moeten zijn.
De informatie op de borden moet voldoen aan volgende voorwaarden:
Informatie op naambordjes moet van zeer dichtbij gelezen kunnen worden. Ze zijn best in een groter lettertype (18 tot 24 Arial (vet)).
Helderheidscontrast is het verschil in helderheid tussen twee oppervlakken. Helderwit heeft een helderheid van 100. Diepzwart heeft een helderheid van 1. Een verschil in helderheid van 30 punten op de schaal van 0 tot 100 is aan te bevelen. Binnen dit contrastverschil is de kleurkeuze vrij. Donkerblauw heeft veelal een helderheid van 20. Het verschil met zwart is dus klein. Het verschil met wit is ruim voldoende.
Het helderheidscontrast bepaalt bijvoorbeeld of een tekst leesbaar is ten opzichte van de achtergrond. Een felrode letter met een helderheid van ongeveer 40 is slecht leesbaar op een felgroene achtergrond met dezelfde helderheid. De rode letter is zowel op een witte als op een zwarte achtergrond leesbaar. Echter, op een witte ondergrond zal deze rode letter door een verschil van 60 punten beter leesbaar zijn dan op een zwarte ondergrond waarbij het verschil 40 punten is.
Er moet een goed contrast zijn tussen letters en het bord maar ook tussen het bord en de omgeving. Goede kleurcontrasten zijn bijvoorbeeld zwart-wit, blauw-wit en zwart-(licht)geel. Belangrijk is om een egale achtergrond te voorzien. Dit vergemakkelijkt het lezen van de tekst. Tekeningen en foto's zijn zeker te vermijden als achtergrond.
Plaats niet de hele tekst in hoofdletters. Plaats de eerste letter in hoofdletter of gebruik geen hoofdletters.
Gebruik liever letters met duidelijke stokken en staarten (minimaal 30% van de x-hoogte). Zulke letters maken het herkennen van een woord gemakkelijker, voordat men het echt gelezen heeft.
De letters zijn zo rechtlijnig mogelijk en schreefloos.
Reflectie moet vermeden worden. Gebruik eerder mat glas voor bewegwijzeringspanelen, tekst in kaders ... Gebruik matte laminaat voor naambordjes die van dichtbij gelezen kunnen worden.
Tekst / pictogrammen worden horizontaal aangebracht. Doordat de bovenste delen niet gezien kunnen worden, is een verticale tekst niet onmiddellijk leesbaar.
Informatie wordt voldoende verlicht (accentverlichting kan extra verduidelijking geven); accentverlichting dient 1000 lux te bedragen.
Het gebruik van kleuren kan de signalisatie naar de verschillende delen van de bibliotheek heel erg vereenvoudigen. Dit betekent dat iedereen makkelijker zijn weg vindt zonder een overdaad van bewegwijzering. Ook het gebruik van duidelijke pictogrammen zorgt ervoor dat de bezoeker makkelijker zijn/haar weg vindt.
De duidelijkheid en eenvoud van bepaalde aspecten van een gebouw zijn van groot belang voor de toegankelijkheid voor personen met een mentale handicap. Wat leesbaar en begrijpbaar is voor personen met een mentale handicap, is het ook leesbaar en begrijpbaar voor iedereen.
We ondervinden dat je weg vinden in een niet-gekend gebouw voor mensen met een mentale handicap een mogelijke struikelblok is. Je weg vinden in een gebouw hangt af van volgende aandachtspunten: