(Zie ook Binnendeuren, loop- en rolroutes)
Niveauverschillen tot 2 cm worden zelfstandig overbrugd door een rolstoelgebruiker. Voor niveauverschillen van meer dan 2 cm zie Helling.
Alle niveauverschillen worden voorzien van een visuele contrastmarkering.
In de inkomhal kan de looproute altijd versmald zijn door één of ander obstakel zoals bloembakken, detectiepanelen, paraplubakken, zitbanken, ...
Een puntversmalling (een versmalling naar een bepaald punt en daarna terug een verbreding) heeft op het smalste punt een minimale doorgangsbreedte van 90 cm.
Een rolstoelgebruiker heeft een draaicirkel van 150 cm nodig om te kunnen draaien. Om vrij te manoeuvreren in de ruimte moet de circulatieruimte voldoende groot zijn.
Indien er een balie aanwezig is in de inkomhal, kan men zich duidelijk richten naar een bepaalde plaats om inlichtingen op te vragen. Voor verdere bespreking zie balie.
De ondergrond van de inkomhal is vlak, rolstoelvast, effen, stroef, aaneengesloten en horizontaal. Langharige tapijten zijn moeilijk te berijden door rolstoelgebruikers.
Obstakels in de inkomhal zoals paraplubakken, rekken voor infobrochures, zitbanken,... worden het best in een obstakelzone geplaatst. Zo worden de obstakels gegroepeerd op één plaats. Op die manier wordt de looproute obstakelvrij gehouden.
Obstakels worden het best in contrast geplaatst.
Obstakels kunnen ook tot onderaan beveiligd worden. Personen met een visuele handicap die een stok gebruiken zullen zo niet tegen de obstakels aanlopen. Zij tasten met hun stok op een hoogte van 10 cm van de grond de omgeving af. Indien het obstakel niet tot onderaan beveiligd is, lopen ze er zo tegenaan.
De kapstokken worden het best voorzien op verschillende hoogtes. Op die manier is de vestiaire zowel bruikbaar voor kinderen als kleine mensen en rolstoelgebruikers.
Plaats daarom enkele kapstokken op een hoogte tussen 90 en 120 cm. Ook als er gewerkt wordt met lockers, moeten er ook enkele lockers en de bedieningselementen zich bevinden op een hoogte tussen 90 en 120 cm. Als de lockers worden gekenmerkt door cijfers of letters moeten deze voldoende groot en duidelijk zijn en in voldoende contrast staan met de achtergrond. (zie bewegwijzering en signalisatie)
Zowel voor de vestiaire als de lockers, moet er voldoende circulatieruimte zijn voor de rolstoelgebruiker.
Voor de balie wordt ook een vrije draaicirkel van 150 cm voorzien als manoeuvreerruimte voor een rolstoelgebruiker.
Ter hoogte van een balie worden bezoekers dikwijls geleid naar de balie. Dit kan gebeuren aan de hand van touwen of vaste obstakels. Hierbij moet ook telkens de vrije doorgangsbreedte gegarandeerd worden.
Een puntversmalling (een versmalling naar een bepaald punt en daarna terug een verbreding) moet op het smalste punt nog een min. doorgangsbreedte van 90 cm bedragen.
Het meubel kan uit 2 hoogtes bestaan afhankelijk van de mogelijkheden van de bezoekers en de variatie in het soort contact.
Een toegankelijk meubel heeft altijd een verlaagd gedeelte met een max. hoogte van 80 cm. Op die manier kan een rolstoelgebruiker vlot communiceren met het personeel. Bij een verlaagd meubel kan er nog steeds oogcontact zijn tussen de staande bezoeker en het personeel door een zitmogelijkheid te voorzien. De zitmogelijkheid kan ook dienst doen als rustplaats voor moeilijke stappers. Het verlaagde gedeelte is onderrijdbaar met een rolstoel, d.w.z. dat enkele maatgegevens moeten worden gerespecteerd. De vrije hoogte onder het blad is 70 à 75 cm, de vrije diepte onder het blad is 60 cm en de vrije breedte onder het blad is 90 cm. Op die manier kan de rolstoelgebruiker gemakkelijk onder i.p.v. naast het meubel het meubel rijden.
Voor slechtzienden dient het meubel voldoende verlicht te zijn. Indirecte verlichting en reflecterende oppervlakken dienen zoveel mogelijk te worden vermeden (weerkaatsing). Voor slechtzienden is het aanbevolen om, als hulp bij oriéntatie, op belangrijke plaatsen een accentverlichting te voorzien. De hoeken van de balie dienen te worden afgerond. De lichtsterkte bedraagt:
Toestellen met bedieningselementen worden op het verlaagde gedeelte van het meubel geplaatst. Het gaat hier vooral over betaalautomaten. De recentste protonautomaten zijn draadloos. Indien er geen verlaagd deel aan het meubel aanwezig is, worden die losse elementen tussen 90 en 120 cm geplaatst. Een kassa wordt best voorzien van een display zodat de dove of slechthorende persoon ev. gesproken communicatie uit de weg kan gaan.
Bij de inplanting van een balie is het altijd nuttig om zicht te hebben op de inkomdeur vanachter de balie. Bezoekers die extra assistentie kunnen gebruiken, kan men zo direct van dienst zijn. Eenmaal men het gebouw binnen is, moet de blinde of slechtziende bezoeker het baliemeubel nog kunnen vinden.
Er dient een tactiel en visueel contrasterende looplijn te worden aangebracht vanaf de inkomdeur tot aan de balie. Daar kan de blinde of slechtziende aan het baliepersoneel informatie of hulp vragen. Deze looplijn dient minstens 60 cm breed te zijn, en zowel een visueel als een voelbaar contrast te bevatten.
Hieronder vindt u een aantal voorbeelden om dit te verwezenlijken. Dit kan ingepast worden in het ontwerp zodat het esthetisch blijft. Het aanbrengen van looplijnen is zeer sterk omgevingsbepalend. Daarom raden wij aan hiervoor deskundig advies te vragen.
Het baliemeubel zelf kan beter in contrast geplaatst worden met de omgeving, nl. ondergrond, muren, ...

In de nabijheid van de in- en uitleenbalie vinden zich dikwijls folders en brochures.
Publicaties zijn bereikbaar vanuit een zittende positie op een hoogte van 90 tot 120 cm.
Publicaties worden het best onder elkaar op verticale wijze in de display geplaatst zodat iedereen, onafhankelijk het gestalte, zich kan bedienen van informatie.
Brochures tegen betaling, worden niet achter de balie geplaatst. Van zo’n publicatie wordt voor de balie een inkijkexemplaar geplaatst met duidelijke prijsvermelding.
Meer en meer bibliotheken stappen over naar moderne technieken om materiaal te registeren bij het inleveren en het uitlenen.
Zelfscanning kan toepast worden bij zowel het inleveren als uitlenen van materiaal. Dit houdt in dat de klanten zelf hun materiaal scannen. Het scansysteem moet vlot bereikbaar en bruikbaar zijn voor rolstoelgebruikers. Zo’n systeem wordt het best op een onderrijdbare, toegankelijke (zie leesruimte) tafel geplaatst.
Ook de intelligente boekenkast kan beschouwd worden als een nieuw inleversysteem. De boeken worden op een willekeurige hoogte in de kast geplaatst en de kast registeert automatisch.