Bij het overbruggen van een verdieping maakt men best gebruik van een kooilift die alle verdiepingen bereikt. Dit zorgt ervoor dat alle verdiepingen voor iedereen toegankelijk zijn en voorkomt kap- en breekwerk in latere fases.
Enkel indien dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij een verbouwing van een bestaand gebouw, maakt men gebruik van een plateaulift.
Voor de liftdeur is er op elke verdieping een vrije circulatieruimte van 150 cm op 150 cm. Een rolstoelgebruiker heeft deze ruimte nodig om te kunnen draaien.
De liftdeur heeft een vrije doorgang van min. 90 cm. De vrije doorgangshoogte is min. 210 cm.
De liftdeur staat in contrast met de omgeving. Dit contrast kan bereikt worden op veel manieren. Hieronder vindt u enkele voorbeelden.
De liftkooi is min. 110 cm breed en 140 cm diep. Dit is de afstand tussen de tegenoverliggende wanden of deur.
Het bedieningspaneel zowel binnen als buiten de lift bevindt zich op een hoogte tussen 90 cm en 120 cm. De bedieningselementen zijn gegraveerd of uitstulpend, in kleurcontrast met de omgeving en zijn voorzien van braille of een voelbare aanduiding.
De bedieningsknoppen in de lift worden dubbel en diagonaal opgesteld en minimum 50 cm uit de hoek geplaatst aan één zijde.
Noodtelefoon en alarmknop
De bediening van de noodtelefoon wordt geplaatst tussen de 90 cm en de 120 cm.
Langs de wanden wordt een contrasterende handgreepregel geplaatst op 90 cm van het vloerpeil.
Recht tegenover de liftdeur wordt een spiegel geplaatst van net boven de handgreepregel tot op 195 cm van het vloerpeil.
Er wordt zowel met een lichtsignaal als met een geluidssignaal aangeduid op welke verdieping de lift stopt.
De peilstelling van de lift is ingesteld tot op 2 cm nauwkeurig. De afstand tussen de liftvloer en de verdieping is max. 2 cm.
Er zijn verticale plateauliften. Deze gaan loodrecht naar omhoog. Er zijn trapplateauliften. Deze volgen de trappen en lopen dus schuin.
Er zijn ook plateauliften die geschikt zijn om buiten te plaatsen en die meer dan één verdieping kunnen overbruggen, al dan niet in een afgesloten koker.
Voor de liftdeur is er op elke verdieping een vrije circulatieruimte van 150 cm op 150 cm. Een rolstoelgebruiker heeft deze ruimte nodig om te kunnen draaien.
De vrije ruimte op de plateaulift is min. 100 cm breed en 130 cm diep. Dit is de minimumruimte die een rolstoelgebruiker nodig heeft.
De bedieningsknoppen in en naast de lift zijn aangebracht tussen de 90 cm en de 120 cm van het vloerpeil.
De bedieningsknoppen zijn zelfstandig te bedienen en zijn in vasthoudbesturing. De bedieningsknoppen moeten bereikbaar zijn, d.w.z er moet een vlakke vrije ruimte zijn van 150 cm op 150 cm.
Het hefvermogen van de lift bedraagt minstens 215 kg. 350 kg wordt internationaal aanbevolen. Een elektrische rolstoel weegt al veel op zich, tel daar nog eens de rolstoelgebruiker bij, dan kom je gauw aan 200 kg.
Er wordt een veiligheidsbodem voorzien die ervoor zorgt dat de plateaulift onmiddellijk stopt als er iets of iemand onder het plateau terecht komt. Zeker in een openbaar gebouw is dit van groot belang voor de veiligheid van iedereen.
De afrijdbeveiliging aan de in- en uitrijdzone is min. 4 cm hoog. Deze kan dienst doen als op- en afrijdklep van de lift. Zeker in een openbaar gebouw is dit van groot belang voor de veiligheid van iedereen.
De plateaulift dient op 2 cm nauwkeurig te stoppen.
Trapplateauliften volgen de helling van de trap. Om dit te kunnen plaatsen heeft men minstens een trapbreedte nodig van 170 cm. Deze liften kunnen dicht geplooid worden zodat ze na gebruik weinig of geen ruimte meer in beslag nemen. Verder voldoen deze liften aan de hierboven omgeschreven eisen.